Panta rhei, alles is in beweging, is een uitspraak van de Griekse filosoof Heraklitus,waarmee hij wou aangeven dat in de natuur niets onveranderd blijft, dat alles voortdurend wijzigt. Een vaststelling die geldt voor de levenloze natuur, maar nog veel meer voor de levende wezens, en in de eerste plaats voor de mens, die deze permanente veranderingen bewust meemaakt.
Doorheen de geschiedenis zien we duidelijk hoe de mens op alle terreinen evolueert. Aanvankelijk gebeurde dit zeer traag, onmerkbaar in de loop van het korte primitieve mensenleven. Geleidelijk ging het sneller en sneller, de jongste eeuwen volgens een logaritmische schaal. Geen enkele generatie heeft de mens en zijn omgeving grondiger weten veranderen dan de onze, met diepgaande nieuwe ontwikkelingen, zowel op persoonlijk als op maatschappelijk vlak.
In die evolutie kan men verschillende stadia onderscheiden die er in grote lijnen op neerkomen dat de mens, vanuit zijn moeilijke, primitieve situatie van onbeschermd en kwetsbaar wezen, in de eerste plaats op zoek gaat naar betere leefomstandigheden. Het geleidelijk ontdekken van materialen, van methodes om de natuur beter te beheersen, van wapens om zich te verdedigen, maar ook om te veroveren, om een groter stuk van de wereldkoek naar zich toe te halen, verandert de mentale opstelling van de mens.
Het belang van stabiliteit en traditie, de basis voor het overleven in een niet-veranderende maatschappij maakt plaats voor een drang naar vernieuwing, voor wetenschappelijke vooruitgang, voor het ontwikkelen van een moderne maatschappij. Meteen ontstaat een reactie tegen paternalisme, tegen machtsmisbruik en sociale wantoestanden.
Sinds de Verlichting wordt oorlog nog wel gevoerd om macht en financieel gewin, maar minder om terreinverovering. Het ontstaan en evolueren van gewelddadige conflicten heeft meer en meer te maken met politieke invloed, met economische afhankelijkheid, met maatschappelijke systemen, met religieuze dominantie.
Intussen groeit het geloof in de wetenschap. Het laat zich aanzien dat toename van onze kennis meer inzicht zal geven in alle aspecten van onze samenleving, de nog hangende problemen zal oplossen, en de weg wijzen naar een beter functionerende samenleving.
Wetenschap zou ons de oplossing brengen, ons leiden tot een alomvattende kennis van de wereld en zijn bewoners, de sleutel reiken voor een samenleving met toenemende kennis en zekerheden, waarbij je uiteindelijk zou beschikken over een Google-achtig receptenboek, waarin je een antwoord kan vinden op elke mogelijke vraag.
Vandaag stellen we echter juist het omgekeerde vast. Hoe meer we te weten
komen, hoe ingewikkelder het allemaal lijkt. Eén voor één
blijken fundamentele steunpunten op losse grond te staan.
Niets is nog absoluut, voortdurend duiken nieuwe theorieën op.
Op het ogenblik dat we dachten het laatste kleine bouwsteentje van de stof te ontdekken, het sluitstuk, dat een eenvoudig door iedereen te begrijpen microconstructie van de stof met een simpele verklaring van de oerknal zou mogelijk maken, net op dat moment stellen onderzoekers het bestaan vast van onderdeeltjes die geen plaats hebben in het systeem, die verplichten uit te gaan van een veel ingewikkelder beeld van de opbouw van de stof. De exacte wetenschappen blijven nog wel werken met meetbare grootheden, maar die zijn niet meer absoluut. Op vele terreinen levert meer kennis meer twijfel op.
Een zelfde tendens zien we op andere terreinen, ook op maatschappelijk gebied. Alle structuren worden ingewikkelder, grijpen meer op elkaar in. Een wijziging op een bepaald terrein heeft een repercussie op andere sectoren. Ik ga nu niet beweren dat factoren als verkiezingsimago en politieke concurrentie geen hoofdrol speelden in de lange duur van de regeringsonderhandelingen in ons land, maar de toegenomen complexiteit van onze maatschappij speelt daar zeker ook een rol in.
Beslissingen nemen als er maar een paar mogelijkheden zijn is gemakkelijker dan als er vele variaties zijn, waarbij je zelf je keuzeverantwoordelijkheid moet nemen. Dé oplossing, dé waarheid bestaat niet meer. En dat is niet alleen zo voor levensvragen, voor belangrijke vraagstellingen, maar voor de meeste be- slissingen die mensen nemen. Waar je vroeger voor je aankopen naar de win- kel in de buurt ging, raadpleeg je nu bvb. eerst Test Aankoop en krijg je wel meer kennis terzake, maar meteen er een paar problemen bij: wat neem ik, de goedkoopste, de beste? Is het de verplaatsing waard?
Een betere kennis van een probleem maakt dit daarom niet gemakkelijker op- losbaar. Een eenvoudig voorbeeld uit de medische wereld kan die ommekeer illustreren.
Iedereen heeft al gehoord van keelamandelen of keelpoliepen. Vooral op
kinderleeftijd kunnen die regelmatig ontsteken met koorts, keelpijn en algemeen
ziek zijn. Ze kunnen vrij veel hinder en soms ernstige verwikkelingen
veroorzaken. Dus, dacht men, laat ons die wegsnijden, eventueel preventief,
wat dan ook massaal gebeurde. Tot voor kort stond amandelontsteking gelijk
met wegknippen van de amandels. Een eenvoudige oplossing.
Tot men besefte dat goed functionerende amandels een positief effect hebben:
ze beschermen ons tegen het binnendringen van ziektekiemen langs de keel
door deze te vernietigen. Dit bracht een omgekeerde reactie teweeg bij de
len artsen. Sommigen gingen zover de amandels niet meer operatief te laten
behandelen. Uiteindelijk bleek dat ook verkeerd.
Normaal werkende amandels beschermen ons, te sterk reagerende zijn schadelijk,
en gaan er best uit. Als arts heb je geen automatische oplossing meer,
maar moet je adviseren aan de hand van een aantal factoren, wat niet altijd
gemakkelijk is.
Een gelijkaardig probleem stelt zich in verband met het gebruik van antibiotica
dat niet meer zo vanzelfsprekend is als men vroeger dacht. Antibiotica
blijven enorm belangrijk, maar te veel gebruik veroorzaakt resistentie. Te
laat of te weinig gebruik kan erge gevolgen hebben. Als arts ben je verantwoordelijk
voor een gepast gebruik.
En zo gaat het op vrijwel elk terrein. Verbeterd inzicht maakt dat vele vroegere zekerheden, dat vele simpele oplossingen verkeerd blijken te zijn.
Wie begint te twijfelen aan vroegere waardeoordelen, aan de klassieke antwoorden op de vele vragen, is gevoelig voor beïnvloeding en indoctrinatie. Mensen beïnvloeden mekaar ongewild. Daarnaast zijn er groepen en organisaties die het als hun taak zien adviserend en begeleidend op te treden. Bepaalde groepen anderzijds zien het als hun specifieke taak de toekomst van onze maatschappij mee te bepalen. Zo is het juist de taak van politieke partijen langs hun mediakanalen een bepaalde politieke opvatting te promoten. Ook de pers is sterk beïnvloedend en heeft in vele gevallen een duidelijke voorkeur voor een evolutie in een bepaalde richting. Van de overheid echter wordt verwacht dat ze zich langs haar communicatiemiddelen - radio en TV - neutraal opstelt en binnen haar regeringsprogramma de objectiviteit bewaart. In onze democratie wordt dit in het algemeen nog vrij goed gerespecteerd, met uitzondering, zoals we reeds meermaals schreven, op de belangrijke terreinen van landsverdediging en buitenlands politiek, specifiek de militaire samenwerkingsverbanden.
Tegenwoordig krijgen we beïnvloeding en indoctrinatie van een helemaal andere kant, van de kant van de consumentenpromotie en van de reclame. Men maakt misbruik van de toenemende productie- en publiciteitsmogelijkheden om door elkaar nep- en nuttige producten op de markt te brengen, met meer waardeloze dan waardevolle producten en diensten. Publiciteit is niet alleen overstelpend, maar heeft weinig of geen informerende waarde meer. Ze is nietszeggend geworden. De burger tast in het duister: wat is informatie en waar begint de desinformatie?
Over die misleidingen meer in volgend redactioneel.